
Arbeidsmarkt stemwijzer 2025: minder flex of geen flex
Op papier lijkt er veel te kiezen, maar het debat over werk en zekerheid beweegt vooral tussen minder flex en geen flex. Ik ben voor een middenmodel dat nu ontbreekt: flexibiliteit met bescherming, maar geen enkele partij kiest daarvoor.
Op papier lijkt er veel te kiezen deze verkiezingen. Maar wie de politieke keuzes van partijen in de afgelopen tien jaar naast elkaar legt, ziet dat de verschillen kleiner zijn geworden: het debat over werk en zekerheid beweegt vooral tussen minder flex en geen flex.
Partijen die ruimte willen geven aan zelfstandigheid en werken buiten loondienst, blok 1 en 2, leggen de nadruk op vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Hun visie vertrekt vanuit keuzevrijheid, niet vanuit bescherming. Omdat samenwerking tussen deze blokken en de meer regulerende partijen politiek ‘democratisch’ is uitgesloten, valt deze keuze feitelijk af.
Globalisering, AI, Gen Z en inclusiviteit vormen de arbeidsmarkt van 2030, maar de politiek stuurt nog steeds naar 1995.
Daarom ligt het zwaartepunt van het beleid in de praktijk bij de partijen die flex willen beperken (blok 3) of vrijwel geheel willen vervangen door loondienst (blok 4).
Ik ben vóór een middenmodel dat in het huidige politieke landschap praktisch ontbreekt: flexibiliteit mét bescherming. Een arbeidsmarkt waarin flexwerkers beloond worden voor het risico dat ze nemen, netjes belastingen betalen, zoals de meeste dat doen, en zich kunnen verzekeren zoals ze willen. Waarin kwetsbare werkenden, bezorgers, platformwerkers, arbeidsmigranten, wél toegang krijgen tot basisvoorzieningen als pensioen, WW en AOV.
Maar helaas: geen enkele partij kiest hiervoor.
De conclusie is helder: bij deze verkiezingen kunnen we alleen nog invloed uitoefenen op de mate waarin flex wordt beperkt, een beetje (blok 3) of helemaal (blok 4).
De echte uitdaging ligt daarna: wie bouwt een toekomstvaster model?