Mission: IT Action

Technische appendix Sleeswijk-Holstein

Deze appendix maakt de aannames, bedragen en rekenregels achter de kostenanalyse van digitale autonomie expliciet en falsifieerbaar. Het structurele verschil is ongeveer 30 tot 35 miljoen euro per jaar voor 30.000 werkplekken, en volgt uit organisatiemodel en schaal, niet uit softwareprijs.

Aannames, bedragen en falsifieerbaarheid van de SUPER-TCO. Deze appendix hoort bij het essay Wat kost digitale autonomie echt?.

Doel en positionering

Deze technische appendix specificeert de aannames, kwantitatieve parameters en uitkomsten die ten grondslag liggen aan de SUPER-TCO-analyse uit het bijbehorende essay. SUPER-TCO staat hier voor een integrale Total Cost of Ownership waarin operationele kosten (OPEX), kapitaalinvesteringen (CAPEX) en indirecte effecten (met name productiviteit en regiecapaciteit) gezamenlijk worden beschouwd over een meerjarige horizon.

Het doel is niet het presenteren van een definitieve of normatieve uitkomst, maar het expliciteren van een falsifieerbaar rekenkader. Alle aannames zijn vervangbaar; alternatieve aannames leiden voorspelbaar tot andere uitkomsten. Deze analyse is bedoeld als basis voor herberekening en peer review, niet als sluitstuk van het debat.

Scope en vergelijkingskader

De analyse betreft een grote publieke organisatie met circa 30.000 kenniswerkplekken, vergelijkbaar in schaal en complexiteit met een Europese deelstaatadministratie.

Binnen scope: digitale werkplek- en samenwerkingsdiensten (e-mail, documenten, agenda, samenwerking), identity, security en compliance voor deze functies, en het beheer, de regie en doorontwikkeling van deze omgeving. Buiten scope: vakapplicaties en primaire bedrijfsprocessen, en fysieke infrastructuur en eindgebruikersapparatuur.

De vergelijking betreft twee organisatiemodellen, niet twee producten. Het hyperscaler-model is een geintegreerd cloud-ecosysteem waarin platformkeuzes, innovatie, security en lifecycle-management grotendeels extern en collectief worden georganiseerd. Het autonomie-model is een modulaire open-source-stack met lagere licentiekosten, maar expliciete lokale verantwoordelijkheid voor architectuur, integratie, security en doorontwikkeling.

Samenvattende uitkomsten

Het structurele verschil bedraagt circa 30 tot 35 miljoen euro per jaar, oftewel 300 tot 350 miljoen euro over een periode van tien jaar. Dit verschil is geen tijdelijk transitie-effect, maar volgt uit structurele verschillen in organisatie- en schaalmechanismen.

OPEX en de verklarende mechanismen

Het OPEX-verschil wordt niet primair veroorzaakt door licenties, maar door arbeidsintensieve functies: beheer, expliciete regie en productiviteitsfrictie. Deze posten zijn structureel zolang het gekozen organisatiemodel in stand blijft. De aannames over extra beheer- en regiecapaciteit zijn conservatief en contextafhankelijk. Organisaties met vergaande automatisering, sectorale shared services of sterke outsourcing kunnen deze posten reduceren; dergelijke varianten vallen expliciet binnen de falsifieerbaarheid van het model.

CAPEX en tijdshorizon

CAPEX is lineair afgeschreven over tien jaar. De hogere CAPEX in het autonomie-model weerspiegelt niet alleen migratiekosten, maar vooral structurele investeringen in identity, security, monitoring, kennisopbouw en het expliciet beheren van technische schuld. De centrale aanname is dat autonomie leidt tot een zwaarder en blijvend investeringsprofiel, niet slechts tot hogere eenmalige kosten.

Kritische aannames

De belangrijkste variabelen zijn de productiviteitsfrictie en het aantal extra fte’s voor beheer en regie: structurele capaciteit voor architectuur, security governance, integratie en vendor management. De bandbreedte weerspiegelt verschillen in organisatorische volwassenheid en mate van centralisatie. Een halvering van dit fte-verschil reduceert het OPEX-verschil proportioneel.

De analyse is niet fragiel, maar wel gevoelig voor meerdere aannames tegelijk. Dat is inherent aan integrale TCO-modellen en vormt juist de basis voor zinvolle peer review.

De cijfermatige tabellen (OPEX, CAPEX, gevoeligheidsanalyse) stonden als afbeeldingen in het origineel. Zie het LinkedIn-origineel voor die tabellen.

Slotbeschouwing

Deze appendix maakt expliciet waar de kosten in een autonomie- versus hyperscaler-model ontstaan, welke aannames daaraan ten grondslag liggen, en hoe die kunnen worden aangepast of weerlegd. Zij ondersteunt de conclusie dat digitale autonomie gepaard gaat met structurele meerkosten, niet als normatief oordeel maar als logisch gevolg van het gekozen organisatiemodel. De appendix nodigt uit tot herberekening en kritiek. Alleen langs die weg kan het debat zich ontwikkelen van overtuiging naar analyse.

Transparantie en disclaimer

Bij het tot stand komen van zowel het essay als deze appendix is ruimhartig gebruikgemaakt van AI-ondersteuning: Perplexity voor het opsporen van bronnen en context, ChatGPT voor het structureren, analyseren en schrijven, en Mistral Le Chat voor aanvullende validatie en het falsifieerbaar maken van aannames. Deze hulpmiddelen zijn gebruikt als denk- en schrijfassistenten, niet als autoriteiten. Alle conclusies en interpretaties blijven mijn verantwoordelijkheid.

Ik pretendeer nadrukkelijk niet de waarheid in pacht te hebben. Beide artikelen zijn bedoeld als bijdrage aan het debat, niet als sluitstuk. Wie betere aannames, betere data of betere redeneringen heeft: die bijdrage is welkom.

  • digitale soevereiniteit
  • TCO
  • open source
  • hyperscalers
  • publieke sector

Eerder gepubliceerd: lees het origineel

Terug naar alle artikelen